Gratis onze maandelijkse nieuwsbrief per e-mail ontvangen? Klik hier !

Wanneer de stenen zullen spreken?!
Dit artikel is bedoeld voor vrouwen en mannen die zich samen ten volle willen inzetten in en voor de gemeente van Christus en waarin het ene lidmaat zich niet beter acht dan het andere.


Inleiding
Wanneer het gaat over der rol van vrouwen in de Bijbel en dus ook in de kerken van nu, zijn er vaak maar twee mogelijkheden: of ze mogen alles of ze mogen (bijna) niets. Nou ja, koffie zetten en voor de kinderen zorgen zijn taken die voor 'de vrouw' bedoelt zijn, maar onderricht geven of een voorname positie innemen, dat is voor 'de vrouw' niet weggelegd.

Ik spreek hier ook bewust over 'de vrouw', omdat 'de man' (om zelf ook maar generaliserend te zijn) vaak alles wat in de Bijbel over vrouwen gezegd wordt over één kam scheert.

Mijn ervaring is dat vele (gelukkig niet alle!) mannen óf gewoon niet in dit onderwerp geïnteresseerd zijn, omdat ze in hun 'positie' toch al gebakken zitten, óf dat ze schijnbaar wel geïnteresseerd zijn, maar dat wanneer puntje bij paaltje komt en ze de kans krijgen zich positief uit te spreken voor een gelijkwaardige rol van vrouwen in de gemeente, dan houden ze hun mond uit angst wederom 'hun positie' te verliezen.

Dit stuk is dan ook niet bedoeld voor hen. Zij verbieden vrouwen te spreken en nemen niets van haar aan, maar al zou God stenen laten spreken, dan zouden zij Zijn boodschap nog niet aannemen. [Lees ook Luc. 19:40]

Nee, dit stuk is bedoeld voor vrouwen en mannen die werkelijk geïnteresseerd zijn in hoe de Bijbel, maar vooral God, over de rol van 'de vrouw' in Zijn wereld en Zijn kerk denkt.

Moet het ooit nog eens zover komen dat Hij stenen moet laten spreken, omdat wij het de helft van de mensheid verbieden?


Enkele definities
Bij het schrijven van dit artikel heb ik gebruik gemaakt van 2 boeken:

Het is goed om eerst bewust te zijn van het feit dat de rol die een vrouw krijgt/ neemt o.a. wordt bepaald door een aantal factoren:

Deze factoren bepalen zowel voor vrouwen als voor mannen hoe zij tegen 'de vrouw' aankijken. Dat was al zo in de tijd van de Bijbel, maar dat is nu nog steeds zo.

In het boek van George en Dora Winston, worden een aantal belangrijke definities besproken, alvorens dieper op het onderwerp in te gaan:

Gezag: is het recht dat iemand gegeven wordt om iets van anderen te vragen.

Macht: is het vermogen dat iemand heeft om iets van anderen gedaan te krijgen.

Gelijkwaardigheid: heeft te maken met het wezen van ieder mens en zijn of haar persoonlijke waarde voor God.

Onderwerping: heeft te maken met de functie die mensen in verschillende maatschappelijke verhoudingen ten opzicht van elkaar vervullen. (ook wel onderdanigheid genoemd)

Een verkeerd begrip of een verkeerde toepassing van deze definities ligt velaal ten grondslag aan een verkeerde uitleg of benadering van dit onderwerp.


Gezagsverhoudingen
Ik wil nu wat dieper ingaan op deze begrippen om zo uit te komen bij de rol die God 'de vrouw' geeft.

Macht heeft een wat negatieve klank en daarom kent God aan mensen enkel 'gezag' toe. Hijzelf heeft echter wel alle macht (en gezag). Maar aan God (en aan zijn Zoon) komt macht ook toe, omdat Hij het alleen positief en rechtvaardig gebruikt.

Gezag is gebaseerd op relaties. De Bijbel kent 6 zogenaamde gezagskringen met afgebakende grenzen:

Elke gezagskring kent rechten en plichten voor degenen die hierbinnen vallen. De gezagshebber in de ene kring kan dus onderwerper zijn in de andere kring.

Het huwelijk
In de gezagskring van het huwelijk is 'de man' de gezagshebber en 'de vrouw' de onderwerper. (Gebaseerd op de scheppingsorde waarin eerst de 'mens' is geschapen en later de 'vrouw'). Het gezag van de man wordt 'hoofdschap' genoemd: de getrouwde man is 'het hoofd' van zíjn vrouw, zoals Christus 'hoofd' is over de man.

Dit hoofdschap beperkt zich dan ook alleen tot hun huwelijk, omdat zij één vlees zijn! 'De man' heeft niet alleen recht over 'zíjn vrouw'. Maar hij heeft ook plichten. Een goed huwelijk kan dan ook alleen bestaan bij het vrijwillig accepteren én naleven van wederzijdse rechten en plichten.

Een aantal van de teksten die gaan over getrouwde vrouwen en hun mannen:

  • Ef. 5:22,23
  • Ef. 5:24
  • Kol 3:18,19
  • 1 Tim. 2:12
  • Titus 2:4,5
  • 1 Petr. 3:1
  • 1 Petr. 3:5

    In alle gevallen gaat het om onderwerping/ onderdanigheid van een getrouwde vrouw aan háár man. Voor mannen geldt, zoals Kol 3: 18,19 zegt: "Man(nen) heb úw vrouw(en) lief!" Rechten en plichten dus!

    Ook in 1Kor 14:34,35 gaat over getrouwde vrouwen, zij moeten immers hún man thuis om uitleg vragen.

    En in 1 Tim 2:9-15 gebruikt Paulus ook de woorden van 'man' en 'vrouw' die duiden op een huwelijksband.

    Binnen het huwelijk is 'de man' dus de gezaghebber, maar in andere gezagskringen, kunnen vrouwen net zo goed gezag hebben over mannen als andersom.

    Enkele voorbeelden:

    Ook op godsdienstig vlak gaf God hen gezag:


    Profeteren en spreken namens God

    Het is goed om te staan bij de definitie van profeteren.

    Profeteren houdt in: verkondigen, prediken, onderwijzen, opbouwen, vermanen en vertroosten.

    De Bijbel geeft een aantal kenmerken van 'de profeet' m/v:

    Dus een profeet m/v ontvangt een boodschap van God en maakt deze openbaar bekend aan Gods volk, onder leiding van de Heilige Geest.


    Spreken is zilver, zwijgen is goud?…
    De Bijbel zegt dus weldegelijk dat vrouwen mogen (s)preken: profeteren is namelijk één van de vele betekenissen van het woord voor 'spreken' dat in de Bijbel wordt gebruikt o.a. in:

    1Kor 14:26: " Wat ik u hiermee wil zeggen, broeders en zusters, is dit. Tijdens uw samenkomsten heeft iedereen (m/v) een bijdrage: een lied, een wijze les, een openbaring, het spreken in klanken of de uitleg daarvan. Maar laat alles zo gebeuren dat de gemeente ermee gediend is."

    1Kor.11:4,5: "Iedere man, die bidt of profeteert met gedekten hoofde, doet zijn hoofd (=Jezus) schande aan. Maar iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd (= háár man) schande aan, want zij staat gelijk met ene, die kaalgeschoren is."

    In deze teksten zien we dat voor zowel man als vrouw mogen spreken in de samenkomst, maar dat er wel voorwaarden aan verbonden zijn (voor beide).

  • Het woord voor 'spreken' kan echter nog meer betekenissen hebben, namelijk:

  • Dan het woord voor 'zwijgen'. Dit komt o.a. voor in:

      Deze 'zwijgregels' gelden dus voor een ordelijk verloop van de eredienst.


    Hoe toont een getrouwde vrouw dan gezag voor háár man?
    In 1 Kor 11:2-16 gaat het over het bedekte hoofd van de man en het onbedekte hoofd van de vrouw. In beide gevallen een schande voor hun gezagshebber (hoofd).

    Een onbedekt hoofd van een vrouw is gelijk aan een kaalgeschoren hoofd staat er. Het woord 'bedekt' bij het hoofd van de man betekent: 'iets wat van het hoofd naar beneden hangt'. In beide gevallen gaat het niet om een sluier/ hoedje of iets dergelijks, maar om het haar.

    Het lange haar van de vrouw is als een sluier voor haar, dat leer de natuur zelf (ver 14,15).

    Kort haar of een kaalgeschoren hoofd was gewoon in die tijd bij:

    Een vrouw toont dus gezag voor háár man, door haar haren langer te dragen dan dat van haar man. Door dit gezag te aanvaarden, krijgt ze van God ook gezag in andere gezagskringen, o.a. om te bidden en spreken/ profeteren in de gemeente.

    Ook in 1Tim 2:8-12 staat iets over het gebed van mannen en vrouwen. Ook hier staat geschreven over de haardracht van de vrouw en over haar kleding en sieraden. We hebben al gezien dat het hier ook om getrouwde vrouwen gaat. Ze moet door kleding en haardracht niet de aandacht op zichzelf vestigen. Haar houding moet haar onderwerping aan God en háár man tonen. Ze moet zich rustig gedragen (orde in de eredienst) en anders moet ze stil zijn/ zwijgen.


    Mag een vrouw dan ook onderwijzen aan mannen?
    Een vrouw mag in ieder geval andere vrouwen onderwijs geven. (Titus 2:3-5). Daarnaast mag ze andere mannen onderwijzen, zolang ze (nog) niet getrouwd is. En als ze wel getrouwd is mag ze haar eigen man en andere mannen (en vrouwen) onderwijzen, zolang ze maar het gezag van háár man aanvaart (binnen hun huwelijk) en niet als doel heeft hem te domineren (macht uitoefenen) of openlijk voor schut te zetten.

    Een opdracht voor iedereen
    De grote opdacht van Jezus (in Matt.28:18-20) aan alle discipelen m/v (met of zonder ambt) is:

    "Gaat heen, maakt al de volken tot mijn discipelen…en leert (=onderwijzen) hen onderhouden al wat ik u bevolen heb…en doopt hen…."

    Als Jezus ons deze opdacht geeft, wie zijn wij dan om hem tegen te werken door de helft van de totale wereldbevolking (namelijk vrouwen) deze opdacht te verbieden. Hoelang moet het nog duren voor hij terug kan komen, als wij niet alle door hem geroepen mensen m/v de kans geven zijn Woord te verkondingen.

    Moet het dan echt zover komen dat hij de stenen moet laten spreken???


    Josien van der Marel - januari 2004
    Verder lezen? Klik hier voor deel 2
    Terug naar Studeerkamer