Gratis onze maandelijkse nieuwsbrief per e-mail ontvangen? Klik hier !
Vrouwen in het Lichaam van Jezus
Samen zijn mannen en vrouwen de gemeente die samen bouwen aan Gods Koninkrijk. Zoals zowel de vrucht van de Geest voor beiden geldt; moeten de gaven ook aan beiden toegestaan worden. De Heilige Geest deelt de gaven immers uit aan man en vrouw zoals Hij wil!
Enkele definities
Vaak begint een brief met 'broeders'. Het woord 'broeder' dient hier gelezen te worden als 'medegelovige' (d.w.z wedergeboren in Christus). Je kunt het zo zien als dat wij nu tegen een groep met jongens en meiden, zeggen: "Kom op jongens". Dat geldt dan voor de groep, niet alleen voor de jongens in die groep.
Een 'discipel' is een volgeling (m/v) van Jezus. Als we denken aan de '12 discipelen', dan zien we dat dat alleen Joodse mannen waren. Dat houdt nog niet in dat een 'discipel' niet zowel man als vrouw kan zijn. Er waren ook veel vrouwelijk discipelen die Jezus volgden en ook nog vele andere mannen. Zij behoorden alleen niet tot 'de 12'; en waren ook niet alleen Joods.
Discipelen zijn dus eigenlijk een gemeenschap van 'broeders' (en zusters dus), die Jezus dienen in discipelschap.
D.w.z.:
Als er gesproken wordt over broeders en zuster in de gemeente dan staat er veelal: Dient elkander (m/v), wijst elkander terecht, vertroost elkander en ook wees elkander onderdanig. Dit geeft temeer aan dat als er over 'de man' en 'zijn vrouw' wordt gesproken dat het niet om broeders en zusters van de gemeente gaat, maar om man en vrouw binnen een huwelijk.
Mannen, vrouwen en de geestesgaven
Gek genoeg zijn vrijwel alle mensen het er mee eens dat deze gaven, zowel aan mannen als aan vrouwen worden gegeven, zonder onderscheid in sekse.
In 1 Kor. 12:7-11 staat dat ook immers, dus er valt weinig te ontkennen. Maar zodra het aankomt op het gebruiken van deze gaven, dan wordt het voor sommigen ineens een ander verhaal. Dit is nogal vreemd als je ook bijv. Gal. 3:27,28 leest:
"Want gij allen (m/v), die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus".
In het Lichaam van Jezus (de gemeente) is er dus geen onderscheid tussen man of vrouw, wel of niet van Joodse afkomst, wel of niet een vrij persoon. Iedereen (m/v) die door Jezus offer is vrijgekocht (in dit door de doop laat merken), mag volledig en evenveel in die vrijheid staan en naar aanleiding daarvan taken uitoefenen binnen de gemeente.
Er moet dus niet gekeken worden naar wie wij mensen geschikt vinden of naar voren willen duwen, maar naar wie God door de gaven en levenswandel van die persoon heeft uitkozen voor een taak. God vraagt toewijding aan Hem en niet gelijkvormigheid aan de wereld. (Rom 12:1,2).
Hoe zit het met de ambten?
Per ambt zijn er altijd meerdere ambtsdragers nodig, die elkaar steunen en aanvullen. Het zijn belangrijke gemeente-dienende taken.
Het is dus zeker niet de bedoeling (maar helaas wel vaak de praktijk) dat een ambt een soort erestatus is voor één persoon (meestal een man), die daar na jaren als een soort einddoel als machthebber uitkomt en zich daar vervolgens tot zijn dood niet meer van zal laten verstoten. Een soort ultiem doel voor je kerkelijke carrière.
De Bijbel spreekt over 3 ambten:
Ambtsdragers worden door God uitgekozen, maar door de gemeente aangesteld. In het openbaar wordt het ambt bekrachtigd d.m.v. handoplegging. Om de gemeente levend en groeiend te houden wordt de taak in een ambt ook steeds doorgegeven en worden er per ambt meerdere mensen aangesteld. De handelingsbevoegdheid van de ambtsdrager beperkt zich dan ook tot het ambt en de periode waarvoor hij/ zij is aangesteld.
! Het gezag tot dopen, avondmaal bedienen en prediken valt niet onder een ambt. Dit is aan alle leden om te doen. Het is onbijbels, om dit alleen aan ambtsdragers toe te schrijven!
Immers de opdracht van Jezus om te verkondigen en te dopen en discipelen te maken (Matt. 28:18-20) is gegeven aan de discipelen (m/v) en niet alleen aan ambtsdragers.
De ambten nader bekeken
Het missionaire ambt
Bedenk dat:
In de Bijbel zijn bijv. Priscilla en Aquila zo'n zendelings-echtpaar en ook Junia en Andronikus. (Rom. 16)
Zowel mannen als vrouwen mogen dus dit ambt uitvoeren. Ze moeten er zelf naar streven!
Het dienstbare, verzorgende ambt
Deze taak wordt van alle ambten meestal gezien al enige en ideale taak voor vrouwen. Toch is dit ambt uitgebreider dan dit. Het gaat weldegelijk ook om voorzitten, organiseren en besturen. In Handelingen 6 worden de eerste 7 diakenen aangesteld in de gemeente. Een groep van 7 mannen; Griekse mannen.
Mogen dan nu alleen Griekse mannen deze taak uitvoeren, omdat dat er specifiek staat? Nou, dat lijkt me niet Gods bedoeling. Alleen in deze specifieke situatie was het waarschijnlijk beter zo.
Rom. 16:1,2 spreekt zelfs over een zuster, Fébe, die diaken is. Paulus is erg over haar te spreken. Ze heeft hem persoonlijk bijgestaan (en niet alleen om hem z'n bord op te scheppen denk ik!)
Het leidinggevende, beschermende ambt
(1 Tim. 5:3-18; Tit. 1:5-9 en 1 Tim. 3:1-7)
Net als oudste, vallen ook opzieners en herders onder hetzelfde leidinggevende, beschermende ambt. Als het ene voor vrouwen is toegestaan, moet de rest dat automatisch ook wel zijn.
Mannen en vrouwen vormen samen het Lichaam van Jezus en het is dan ook van belang dat zij samen leiding geven en richting aan de gemeente. Ook hier in kunnen zij elkaar aanvullen en versterken, omdat zij vanuit hun man-/ vrouwzijn op een andere manier ervaren en kijken naar de dingen die in de gemeente gebeuren.
In het Nieuwe Testament wordt er 7 keer over een huisgemeente gesproken. 2 Hiervan worden door een echtpaar geleid (Priscilla & Aquila en Julia & Filologus); 1 door een broer en zus en 3 door ongehuwde vrouwen of weduwen (Maria, Lydia en Nymfa).
Een opziener wordt alleen aangesteld in de plaatselijke gemeente. Daarbuiten mag hij/zij deze taak niet vervullen. Tenzij je hiertoe zou worden aangesteld in een nieuwe gemeente bijvoorbeeld.
Deze taak is een soort 'moeders'- en 'vaders'-taak voor de gemeente. Opvoeden, verzorgen en vermanen. Deze taak is voor mannen én vrouwen weggelegd, die dat vanuit hun man- / vrouwzijn in samenwerking doen. Ook weer in een groep dus.
Dit ambt is niet enkel en alleen bedoeld voor mannan die voltijd in dienst zijn aangenomen in een bepaalde functie na het afronden van een lange theologische opleiding. Nee, dit ambt is weggelegd voor mannen en vrouwen die door God worden uitgekozen en toegerust. Die zich willen inzetten, al dan niet in combinatie met een baan of een gezin.
God koos voor zijn eerste gemeentes mensen (m/v) die soms amper geschoold waren, maar wel alles wilden geven voor zijn werk. Hij leidde hen door zijn Heilige Geest. Die openbaarde hen de waarheden, die je zelfs in 1000 jaar school niet kunt leren.
Tot slot
Ik hoop dan ook dat u na het lezen van deze artikelen, mannen en vrouwen gelijke kansen wil geven om zich in te zetten, zoals God het ook bij de schepping al bedoeld heeft!
God heeft ons gemaakt om Zijn naam te verkondingen en te prijzen, maar Hij niet schromen om andere middelen, desnoods stenen, in te zetten, wanneer wij onze taak verzaken of elkaar belemmeren dit te doen!