Gratis onze maandelijkse nieuwsbrief per e-mail ontvangen? Klik hier !
De Geestesgaven: een 'geschenk bij de doop?'
Uit
Handelingen 2:38 weten we het volgende:Betekent dit nu, dat ieder die zich laat dopen in Jezus naam meteen de Heilige Geest/Geestesgaven ontvangt ?
Doop in Jezus-naam: niet automatisch ontvangst Geestesgaven
Handelingen 8:15 - Ondanks doop In Jezus géén Geestesgaven
Handelingen 19:5-6 - Na doop handoplegging en Geestesgaven
Oorzaak: 'slechts een doop in Jezus-naam' ?
Behalve dat mensen die dat zeggen dus de 3-eenheid 'tegenspreken' (want dan zou je toch één naam nodig hebben ?!), spreken zij dus ook de tekst uit Handelingen 2 tegen. De tekst, waarin Paulus aangeeft, dat ieder die zich op dat moment laat dopen in de naam van Jezus de Geest zal ontvangen. De mensen die dus zeggen, dat 'het in het aantal namen tijdens de doop zit' kunnen dus onmogelijk gelijk hebben. Hoe zit het dan wel in elkaar ?!
In Mattheus zegt Jezus dat zijn doop
-een doop uit Zijn Naam- een doop uit naam van de Vader, Zoon en Geest moet zijn:Mattheus 28:19
Vanaf dat moment worden de mensen die door de Apostelen gedoopt worden -in Jezus naam- dus gedoopt uit naam van de Vader, Zoon en Geest.
Maar deze doop staat bekend als de doop ten naam van Jezus. Als 'tegenhanger' van de Johannesdoop dus. Zeggen dat de doop in Handelingen 8 en 19 slechts in 'Jezus naam' was en dat dus de Vader en Geest waren vergeten klopt dus beslist niet.
Dan zouden de Apostelen immers zich niet aan de doopopdracht van Jezus uit Matteus 28 hebben gehouden. En de Apostelen kennende hebben zij zich zeker wél aan de opdracht gehouden en hebben zij wel degelijk uit naam van Vader, Zoon en Geest gedoopt. Dit is de doop uit naam van Jezus. 'De Jezus-doop'. Een doop uit naam van Vader, Zoon en Geest en wel in opdracht van Jezus zelf.
Handelingen 2: de speciale gebeurtenis;
Dé reden waarom de dopelingen van Handelingen 2 meteen de Heilige Geest wordt beloofd moet dus wel een speciale reden hebben. We lezen immers in de latere hoofdstukken van Handelingen, dat de Geestesgaven niet meteen na de doop in Jezus-naam meteen worden ontvangen.
Zeer waarschijnlijk was de reden van onmiddellijke ontvangst dé speciale gebeurtenis van die dag: de uitstorting van de Heilige Geest. Ieder die voor Jezus had gekozen of -door de doop die dag voor Jezus zou kiezen- zou die uitstorting meteen krijgen. Net als alle anderen. Gods Geest was er die dag zelf bij!
Nu zou de kritische (bijbel)lezer kunnen zeggen: 'luister eens, in Handelingen 2 staat meteen achter het stuk over 'meteen de Geestesgaven ontvangen het volgende:
'Want u en uwen kinderen is deze belofte, en allen, die verre zijn, welke de Heer onze God hiertoe roepen zal.''En dus wordt hier wel degelijk beloofd, dat iedereen die dat doet onmiddellijk de Geestesgaven zal ontvangen.' Wel, op het eerste gezicht lijkt dat inderdaad zo te zijn, maar helaas: de realiteit van Handelingen 8 en 19 laat zien, dat deze interpretatie [onmiddellijk krijgen van de Geestesgaven voor iedereen later] dus niet klopt.
Waarschijnlijk dient na het moment van de uitstorting van de Geest de nadruk te liggen op de belofte, dat ieder die zich laat dopen in naam van Jezus de Heilige Geest mag/kan ontvangen. Er blijkt immers, dat er door handoplegging (na de doop met gericht gebed met vraag om de Geestesgaven) wel degelijk de Geestesgaven worden gegeven!
Wat betekent deze kennis nu voor ons Christenen ?
Een besef dat handoplegging door iemand die de Geestesgaven reeds ontving benodigd is én wel ná de doop(plechtigheid).
Uit de eerdere studies over 'handoplegging' weten we ook:
Uitgesteld krijgen van Geestesgaven: ter bezinning !
Daarom is het m.i. ook zo, dat je niet meteen de Gaven krijgt na de doop. Slechts als je -weliswaar met behulp van de Geest- gegroeid bent in kennis over geloof en in geloof dat je de Gaven op speciaal gebed kan ontvangen en wel door 'handoplegging'. Een bescherming tegen onszelf van God. En Gods Geest bepaalt vervolgens zelf wanneer het voor ons tijd is om deel aan Hem te krijgen!