Gratis onze nieuwsbrief per e-mail ontvangen? Klik hier !

De groet spreekt boekdelen…
Een Christen groette mij in een e-mail met een Bijbeltekst. Hij wou mij daarmee iets zeggen/duidelijk maken. Maar ook op straat zit ook alles besloten in de groet. Een uitbundige groet spreekt boekdelen over de relatie die mensen hebben. Het wegdraaien van het hoofd of met de handen bedekken van het gezicht tijdens een moment van ontmoeting zegt ook veel… Met die gedachte las ik stukken van de Gemeentebrieven en ik kwam tot hele interessante conclusies. Lees maar eens mee !

Hoe begroeten de apostelen de Christen-gemeenten ?
De schriftelijke begroetingen -hoe kan het ook anders- beginnen normaliter met het voorstellen van de schrijver en wat zijn schrijven rechtvaardigt (ambt/hoedanigheid van de schrijver).

Daarna volgt natuurlijk ook aan wie de schrijver zijn brief richt. En meteen daarna begint de schrijver met de ontvanger van de brief de vrede van God toe te wensen, die de ontvanger soms ook wel echt nodig heeft om de brief in liefde te blijven lezen… Dit gedeelte van de begroeting had mijn speciale aandacht.

Wat wenst de schrijver de lezer toe ?
Ik heb een aantal gemeente-brieven gevonden waar telkens weer een dergelijke, inhoudelijke begroeting te vinden was. Het zijn de navolgende brieven:

  • A. Romeinen 1:7, 1 Korinthe 1:3, 2 Korinthe 1:2, Efeze 1:2, Filippenzen 1:2
  • B. Galaten 1 : 1-5
  • C. Efeze 6:23-24
  • D. Kolossenzen 1:2-4

  • De begroetingen onder A.
    De begroetingen onder A. hebben eigenlijk allen ongeveer dezelfde tekst, namelijk kort het navolgende:

    " Ik wens u de genade en de vrede van God, onze Vader, én van de Heer Jezus Christus"

    Wat ik uit deze begroeting haal, dat de schrijver de lezer uit naam van twee personen, te weten God de Vader en Jezus, genade en vrede toewenst. Kennelijk maakt de schrijver onderscheid tussen God én Zijn Zoon Jezus. Kennelijk kent de schrijver niet het "fenomeen 3-eenheid". Anders had de schrijver wel iets geschreven in de zin van: ik wens u de vrede van onze God Jezus toe…


    De begroeting onder B.
    De begroeting onder B. (Galaten 1:1-5) is ook héél apart en verdient ook nader te worden gelezen en bekeken. Hier staat geschreven:

    "Van Paulus. Dat ik apostel ben, dank ik niet aan mensen. Ik ben niet door een mens aangesteld maar door Jezus Christus, en door God, de Vader, die Jezus uit de dood heeft opgewekt. Ik en al mijn medechristenen hier groeten de gemeenten in Galatië. Ik wens u de genade en de vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus, die zichzelf heeft gegeven voor onze zonden, om ons te bevrijden uit de huidige slechte wereld. Daarmee deed hij de wil van onze God en Vader. Hem komt de eer toe, altijd en eeuwig! Amen"

    Deze begroeting lijkt in eerste instantie hetzelfde als in A., maar dan gaat Paulus toch even anders verder… In het vetgemaakte gedeelte lees je dan, dat Paulus door twee personen is aangesteld. Door Jezus en door GOD, die Jezus uit de doden heeft opgewekt.

    Tevens lees je in het tweede gedeelte, dat Jezus de wil van Zijn Vader deed. Alweer lees je dus over twee personen


    De begroeting onder C.
    Ook deze begroetingsvorm (Efeze 6:23-24) verdient aparte aandacht, want ook hier wordt door de schrijver iets onder de aandacht gebracht, namelijk:

    " Mogen God, de Vader, en de Heer Jezus Christus u, broeders en zusters, vrede, liefde en geloof geven. God zij allen genadig die onze Heer Jezus Christus onveranderlijk liefhebben."

    Ook hier wordt iets héél speciaals verteld, namelijk dat God iedereen genadig is, die de Heer Jezus Christus onveranderlijk liefhebben. Hier staat dus niet dat Jezus genadig is wie Jezus de God liefheeft, maar dat God iedereen genadig is die Zijn Zoon Jezus liefheeft.

    Alweer twee personen, maar tevens een aanwijzing voor hen die tot God willen komen in genade: heb Mijn Zoon lief !


    De begroeting onder D.
    Tenslotte de begroeting onder D. (Kolossenzen 1:2-3). Ook hier lijkt e.e.a weer op A., maar de voortgang is anders en ook hier probeert de schrijver de lezer iets duidelijk te maken, namelijk:

    " Ik wens u de genade en de vrede van God, onze Vader. In onze gebeden brengen wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, altijd dank voor u."

    Ook gaat het in deze tekst om alweer twee personen, waarbij duidelijk wordt gesteld, dat God de Vader van Jezus is.


    Conclusies uit de begroetingen…
    De schrijver probeert de lezer

    Ongetwijfeld ben ik nog veel meer conclusies vergeten, maar voor dit onderzoekje zijn deze conclusies voldoende.

    Duidelijk is nu in ieder geval, dat het concept "drie-eenheid" niet uitgevonden is door de Apostelen. Zij erkennen Jezus én God de Vader. Ook halen zij sterk naar voren, dat alleen door Jezus als je Redder aan te nemen je de Genade van God kan krijgen.

    Mooi is ook, dat héél duidelijk wordt gesteld, dat God de Vader van Jezus is. Heel veel mensen ontkennen dit namelijk, maar Jezus is wel degelijk de Zoon van de enige GOD en dus niet zelf GOD en niet zijn Vader zelf!. Misschien is de volgende Bijbeltekst misschien nog wel duidelijker:

    2Cor1:2-3 - GOD: de Vader van onze Heer Jezus Christus
    Ik wens u de genade en de vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. Dank aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is, de God die in elke omstandigheid troost.


    Door: Hein Kuipers dd. 20 augustus 2003

    Terug naar Studeerkamer
    Terug naar Bibliotheek
    HOME