Gratis onze maandelijkse nieuwsbrief per e-mail ontvangen? Klik hier !

Verlengstuk van… GOD?!
In de Bijbel onderwijzen de Apostelen 'handoplegging' om zo de Geestesgaven te ontvangen én om zo dienstbaar Gods Wil te kunnen doen t.b.v. je naasten. Toch willen de meeste Christenen -door hun kerken/kerkleer- niet verder lezen dan Handelingen 9 en wijzen ze dus handoplegging af…maar wat wijzen ze daarmee af…?!

Formeel priesterschap (OT)
In het OT stelde God rechtstreeks zijn priesters aan en 'zalving' (met olie) was de wijze waarop de uitgekozene dan in het priesterambt kwam. Met de door God gegevens reinheidswetten, ceremoniële wetten, de 10-Geboden gingen de aangestelde priesters ging het volk van God voort op haar weg. Een weg die uiteindelijk tot 'de Weg' zou leiden: Jezus.

Jezus stierf voor onze zonden; Adam en Eva hadden namelijk door het eten van de vrucht de zonde tussen hen en God ingezet en daarmee het (geestelijke!) contact met God verbroken. Jezus werd door zijn offer aan het kruis voor alle mensen de Weg en Deur naar God; een mogelijkheid tot geestelijke hereniging met zijn Vader.


Persoonlijk priesterschap (NT)

1 Petrus 2:5 - Christenen zijn allen gehouden tot priesterschap
'U moet zelf de levende stenen zijn waarmee de geestelijke tempel wordt gebouwd. Vorm een heilig priesterschap dat geestelijke offers brengt die God aangenaam zijn door Jezus Christus.'

1 Petrus 2:9 - Christenen vervullen een koninklijk priesterschap
'Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, gekozen om de heilsdaden te verkondigen van hem die u uit de duisternis geroepen heeft naar zijn wonderbaar licht'.


Iedereen die Jezus aanneemt tot zijn/haar Redder van zonde zal eeuwig leven krijgen, zegt het evangelie ons. Een hele blijde boodschap aan een wereld die voor Jezus in geestelijke afscheiding van God moest leven met de 10-Geboden als 'meedogenloze meester'…

Toch nuanceert Jezus het evangelie in Mattheus 25. Uit het verhaal van de 10-Bruidsmeisjes leren we namelijk dat er kennelijk wijze en domme bruidsmeisjes zijn. Ze zijn allemaal in afwachting van de Bruidegom en hebben ook allemaal 'olie' in hun lampjes. Maar 5 van hen vergeten 'reserve-olie' en zien daardoor de Bruidegom niet aankomen en staan vervolgens buiten de poort en kunnen niet deelnemen aan het hemels feest…

  • De Bruidsmeisjes: zij die in Jezus geloven
  • De olie: de Geestesgaven
  • De komst van de Bruidegom: Jezus die terugkeert naar ons
  • Reserve-olie: dienstbare inzet van de Geestesgaven leidend tot de Vrucht
  • Talenten: ontvangen Geestesgaven
  • Woekeren met je Talenten: je Geestesgaven dienstbaar inzetten

    Kennelijk kunnen Christenen die door handoplegging de Geestesgaven hebben ontvangen tóch het eeuwige leven en het hemels feest mislopen!

    Uit het aansluitende verhaal van de Talenten in Mattheus 25 leren we, dat de Heer dienstbaarheid van zijn werkers verlangt en wel naar mate ze 'Talenten' hebben ontvangen. Niets doen met de jouw gegeven Geestesgaven -want dat zijn die Talenten- leidt tot eeuwige dood ondanks dat je Jezus hebt aangenomen !


    Persoonlijk priesterschap mét de Gaven van de Geest…
    Uit deze vergelijkingen uit Mattheus 25 weten we nu hoe enorm het persoonlijke priesterschap is én dat het mét de Geestesgaven dient te geschieden. En hoe je de Geestesgaven kan ontvangen -na het offer van Jezus én de uitstorting van de Geest die hierna heeft plaatsgehad- blijkt onder andere uit de volgende Bijbelteksten:

    Handelingen 8:18
    'Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd geschonken'.


    Handelingen 8:19
    'Geef mij ook die macht, dat, als ik iemand de handen opleg, hij de heilige Geest ontvangt'.

    Handelingen 19:6
    'Paulus legde hun de handen op en de heilige Geest kwam over hen. Ze spraken in vreemde klanken en profeteerden'.

    1 Timotheüs 4:14
    'De gave die je bezit, mag je niet verwaarlozen. Je hebt die gekregen krachtens een profetisch woord, waarbij de leiders van de gemeente je de handen oplegden'.

    2 Timotheüs 1:6
    'Daarom zeg ik je nogmaals, het vuur aan te wakkeren van de gave die God je geschonken heeft toen ik je de handen oplegde'.


    De Apostelen onderwijzen 'handoplegging' als bijbelse grondslag
    Uit Hebreeën 6:1-2 kunnen we duidelijk halen, dat de Apostelen 'handoplegging' onderwezen als grondslag voor Christenen; net als de doop. En we weten nu uit de bovenstaande teksten dat de leiders van de gemeenten kennelijk dus de handen oplegden. En dan werden de Geestesgaven merkbaar ontvangen, zoals de leiders ook de Geestesgaven voor hen merkbaar ontvingen… Maar wat is dat nu eigenlijk 'Geestesgaven ontvangen'?!

    Hebr. 6:1-2
    'Laten we overgaan tot de leer voor volwassenen en niet nog eens de grondslagen leggen, zoals: het zich afkeren van een levenswijze die op de dood uitloopt, het geloof in God, het onderricht over de doop, de handoplegging, de opstanding van de doden en het eeuwige oordeel.'

    Hebr. 6:4-6
    'Want wie eenmaal het licht hebben ontvangen, genoten hebben van de hemelse gaven en deel gekregen hebben aan de heilige Geest, wie de goedheid van Gods woord en de kracht van de toekomstige wereld ondervonden hebben, en na dit alles zijn afgevallen, die kunnen niet opnieuw tot inkeer worden gebracht'.

    Uit Hebr 6:4-6 leren we dus, dat we door het ontvangen van de Geestesgaven voortaan deelnemer aan de Heilige Geest van God worden. Onze geestelijke band met God is hersteld! En met die herstelde geestelijke band kunnen wij verankerd in het lichaam van de Zoon van God doen wat God van ons verlangt. Wat God van ons verlangt?

    Van ons persoonlijk, dat we groeien in de Geest tot een Vrucht van diezelfde Geest en dat kan alleen door 'dienstbaarheid'; jezelf inzetten voor God door uit te gaan, te evangeliseren, te onderwijzen, te dopen, te genezen, etc. en wel 'Gaven-gericht'. En natuurlijk ook dat we gewoonweg de mensen om ons heen helpen waar we kunnen; er zijn voor anderen.

    Mattheüs 28:19
    Trek eropuit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest.

    Mattheus 25:40
    'Dan zal de Koning antwoorden: Ik verzeker u: al wat u gedaan hebt voor een van mijn broeders hier, hoe onbelangrijk hij ook was, dat hebt u voor mij gedaan!'.


    Wijze van priester-zijn: volgens de normen van God!
    Misschien dat je nu denkt: 'nou, God heeft me alles gegeven, dus ik kan dus alles doen en dan komt het in orde, toch?!'. Nee dus. Zo makkelijk is het nu ook weer niet.

    Romeinen 8:4 - We moeten volbrengen wat de Wet van ons eist!
    'Zo kunnen wij nu volbrengen wat de wet van ons eist: want we leiden geen leven meer zonder God, maar we leven volgens de Geest van God.'

    God vraagt ons namelijk inderdaad om mét Zijn Geest jezelf in te zetten en er voor anderen te zijn, maar: wel overeenkomstig zijn normen. En 'de normen van God' worden ook wel de Geboden van God genoemd. Het zijn er 10 en je dienst je wel aan die Geboden te houden als je je voor God wilt inzetten; anders zou je namelijk in zonde opgroeien…en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

    1 Johannes 3:4 - Zondigen is ingaan tegen Gods Wet
    'Wie zondigt, gaat in tegen de Wet van God, want zonde is ingaan tegen Gods Wet.'

    Jakobus 2:10 - met de Wet worden de Geboden van God bedoeld
    'Want wie de gehele Wet houdt maar in één Gebod faalt heeft alle Geboden overtreden'.

    Toch kunnen wij mensen nog steeds zondigen tegen de Geboden van God hoewel het ons doel en uitgangspunt zal zijn om dit niet te doen. En daarom is het belangrijk, dat je in Jezus gelooft en gedoopt bent. Als je namelijk in Jezus 'verankerd bent', dan kan je de Zoon van God om vergeving vragen van je zonden en zo het geestelijk contact met God instand houden.


    Na het uitstorten van Geest: persoonlijk priesterschap
    We weten dus dat de Geest van God werd uitgestort door God en dat daarna de Apostelen 'handoplegging' onderwezen als bijbelse grondslag voor Christenen; net als de doop.

    We weten ook dat normaliter deze handoplegging plaatsvond ná de doop met een aparte gebedsdienst. Soms snel erna, maar soms ook pas veel later. We weten ook waarom dit pas later plaatsvond.

    Als je namelijk de Gaven van God -en je verbondenheid met de Geest van God- afwijst, dan bega je een zonde die zo erg is, dat je er niet voor vergeven kan worden. De Bijbel zegt, dat een dergelijke zonde 'Jezus-tweemaal-kruizigen' is. En dat die zonde daarom niet te vergeven is. En daarom kan het verstandig zijn om niet meteen de handen opgelegd te krijgen.

    Er worden ook uitzonderingen genoemd, waarbij personen eerst de Gaven ontvangen, maar daarna natuurlijk nog gedoopt worden (verankering in Jezus!). Saulus en Cornelius bijvoorbeeld. Saulus ontving eerst door handoplegging de Gaven (én genezing!) en werd daarna gedoopt. En zo ging het ook met Cornelius.

    1 Petrus 2:5 - Christenen zijn allen gehouden tot priesterschap
    'U moet zelf de levende stenen zijn waarmee de geestelijke tempel wordt gebouwd. Vorm een heilig priesterschap dat geestelijke offers brengt die God aangenaam zijn door Jezus Christus.'

    1 Petrus 2:9 - Christenen vervullen een koninklijk priesterschap
    'Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, gekozen om de heilsdaden te verkondigen van hem die u uit de duisternis geroepen heeft naar zijn wonderbaar licht'.

    Een verlengstuk van God zijn…
    Met een hernieuwde geestelijke band met God én onze houding, wegen en dienstbaarheid zijn we waarlijk persoonlijk priester van God cq een verlengstuk van God geworden. We nemen deel aan Zijn Wil en Macht tot zijn Eer en ten dienste van onze naasten.

    Als jij ook zo'n verlengstuk van God wil zijn en je bent gedoopt: laat je dan de handen opleggen door mensen die zelf ook gedoopt zijn en dienstbaar zijn en de Gaven zelf ook zichtbaar hebben ontvangen.

    Als je je de handen laat opleggen, doe dat dan omdat je je graag wilt inzetten zoals God dat wilt. En laat je niet zomaar door iedereen de handen opleggen. Kijk naar de ogen van de personen die de grondslag uitvoeren en luister naar ingevingen die je kan krijgen van God (Gods Geest kan je leiden zonder dat je de Gaven hebt ontvangen en dus ook beschermen!).

    Zoals geldt, dat je als dienstbaar Christen niet iedereen de handen mag opleggen omdat je deel zou kunnen nemen aan wat heerst in die persoon, zo moet je ook oppassen wie je de handen oplegt… Als die persoon met niet-Christelijke-zaken bezig is, dan zou je verkeerde invloeden over je heen kunnen halen.

    Tenslotte: laat je niet in met 'healers' of met mensen die je onder het mom van 'healing' de handen willen opleggen. Beter is het om in Jezus dienstbaar te willen zijn, want daarvoor zijn de Gaven bedoeld….en weet je: als je de Gaven ontvangt, kan het heel goed zijn, dat God je geneest van bepaalde kwalen als hij dat nodig acht voor een goede vervulling van je Gaven…!

  • Meer lezen over 'de doop'? Klik hier!
  • Meer lezen over 'handoplegging'? Klik hier!


    Door: Hein Kuipers-Van der Marel dd. 5 september 2004
    Terug naar de Wegwijzer
    Terug naar Studeerkamer
    HOME