Dinosauriërs in de Bijbel
JONATAN BEEFTINK

URL: http://www.dinoos.nl/bijbel.htm

...zij scheppen den wind gelijk de draken
[Jeremia 14: 6, Statenvertaling]

1 INLEIDING

Speelfilms, tekenfilms, speelgoed - dinosauriërs zijn in opmars!

Sinds de aarde hun skeletten heeft prijsgegeven is de wetenschap gaan malen over het wat en hoe van de soms kolossale lijven die over de resterende knoken gezeten moeten hebben. Is het resultaat van de vele reconstructies waarheidsgetrouw of kunstwerk? Waarschijnlijk een beetje van beide. Zelfs reconstructie van ene compleet skelet laat nog ruimte voor twijfel, hoeveel te meer een hoopje botten waaraan alles opgehangen moet worden.

Kan de Bijbel - toch een boek dat tot de schepping terug gaat - misschien een steentje bijdragen aan een beter inzicht in leven en uiterlijk van de dino's? Wetenschappelijk gezien niet, want volgens de evolutietheorie stierven de dino's zo'n 65 miljoen jaar geleden uit en ontstond de mens pas zo'n 2 miljoen jaar geleden. Mens en dino kunnen elkaar dus onmogelijk ontmoet hebben.

Een bezoek aan een museum met een aantal uitgestalde skeletten kan zeer verhelderend zijn. Misschien ogen de dino's niet zo groot als verwacht door de reconstructies. De lengtes waarvan je hoort zijn wel indrukwekkend, maar ze zijn van kop tot staart gemeten. Als je er voor staat telt vooral de hoogte. Kleed de geraamtes aan met hompen vlees - wat een genot moet dat voor de Schepper geweest zijn om zo iets moois te bedenken!

Sommige dino's waren behoorlijk goed bewapend, maar als je tegenover een groep skeletten van 4 meter hoog staat kan het je toch overvallen hoe kwetsbaar ze tegelijk waren. Stel jezelf voor in een tijdperk zonder buskruit, met een stevige speer in de hand. Een goedgemikte stoot zou direct een eind gemaakt hebben aan het leven van dit 8 meter lange dier. Wat voor kans zou het hebben tegen een georganiseerde klopjacht? Waar zou een zo groot dier zich moeten verstoppen?

De tekeningen van wat er uiteindelijk over de botten heen gezeten moet hebben lopen nogal uiteen, terwijl de verhalen in de boeken zo op elkaar lijken dat ze gecopiëerd konden zijn. Zelfs voor de wetenschap zou de Bijbel daarom best belang kunnen hebben: wie weet staat er ergens een beschrijving in van een opgegraven dino met goed bewaarde huid! En je kunt toch niet het risico lopen een bron links te laten liggen waar mensen al duizenden jaren uit hebben geput!

Waar moet je beginnen? Bijvoorbeeld bij de draken die hier en daar in de Bijbel opduiken.

Zo schrijft Asaf in Psalm 74: 12-14 (NBG-vertaling);
'Toch is God mijn Koning van oudsher, die in het midden der aarde verlossing bewerkt. Gij zijt het, die de zee hebt gekliefd door uw kracht, de koppen der draken in het water verbrijzeld. Gij zijt het, die de koppen van de Leviathan hebt vermorzeld, hem aan het woestijngedierte tot spijze gegeven.'

Asaf gaat verder met toespelingen op de vloed en de schepping, zodat hij duidelijk met zijn hoofd in de oertijd zit als hij de draken noemt. Parallel aan de draken noemt hij de Leviathan. die ofwel meerdere koppen had - tenminste volgens Asaf - of net als de draken meerdere dieren waren, maar met een enkelvoudige aanduiding (zoals 'vee'). Als het splitsen van de zee verwijst naar de tocht door de Schelfzee, kan het verbrijzelen van de koppen van de draak en de Leviathan symbolisch zijn voor de ondergang van boven en beneden Egypte. De woestijndieren kunnen de nomadenvolken zijn die Egypte sindsdien regeerden. In dat geval weten we nog niet veel over draak of Leviathan, zelfs niet of alleen de eerste een waterdier en de tweede een landdier was bijvoorbeeld. De vermorzeling van de Leviathankoppen kan niet verwijzen naar Genesis 3: 15, want dat verwijst op zijn beurt weer naar de toekomst en gaat over één kop. Als deze tekst letterlijk is kan hooguit verwezen zijn naar het uitsterven van de Leviathan.

2 TANIEN

Toch weten we iets meer: het hebreeuwse woord voor draken is taniníem, enkelvoud tanien. Dit woord komt op heel wat plaatsen voor in de Bijbel, plaatsen die misschien meer kunnen vertellen over de draken.

Het begint al in Genesis 1: 21: 'God schiep de grote taniníem en alle levende krioelende wezens waarvan de wateren wemelen.'

En Exodus 7: 9 en Deuteronomium 32: 33 wordt de tanien opnieuw genoemd. Dit keer gaat het over de slang waarin de staf van Aaron veranderde. Ook de stokken van de Egyptische tovenaars veranderden in taniníem. Tanien is hier dus van groot zeedier verworden tot een kleiner landdier: een slang. Niet dat een staf zo klein was, zodat deze slangen mogelijk taniníem genoemd worden door hun grootte. In ieder geval wordt de taniníem voor twee verschillende dieren gebruikt. De overeenkomst kan liggen in grootte en slangvormigheid.

In Job 7: 12 staat: 'Ben ik de zee of een tanien, dat je een wacht tegen me uitzet?'

Het grote zeedier vormde dus ook een bedreiging voor de mensen op het land dat hij zo nu en dan betrad. Heel interessant is dat Job hier praat over een bestaand dier waartegen in zijn tijd nog gewaakt wordt - Jobs tijd is zo'n 2000 jaar voor Christus. De verbinding met de zee laat zien dat het hier gaat om het zeedier van Genesis.

Ook buiten Psalm 74: 12 komt in de Psalmen de tanien nog voor. In Psalm 91: 13 wordt hij genoemd naast de leeuw, zodat het hier waarschijnlijk om een landslang gaat. In Psalm 148: 7 worden de taniníem en de vloeden opgeroepen de Heer te loven, zodat hier duidelijk de verbinding gelegd wordt met de zeeen.

In Jesaja 27: 1 staat: 'Op deze dag zal de Heer met zijn zwaard oordelen over Leviathan, de kronkelende slang, en Hij zal de tanien die in de zee is doden.'

Leviathan wordt dubbel genoemd, zoals de koppen van Psalm 74: 12. Het gaat hier om een beeld, om de dubbele koppen die eerst mogelijk Egypte aanduidden kunnen nu voor de wereldmachten in het algemeen gebruikt zijn. Het is de vraag of de tanien en Leviathan één dier is, of dat ze op één hoop gevoegd worden. Van de tanien wordt in elk geval niets nieuws gezegd.

In Jesaja 51: 9 staat: 'Bent U het niet die Rahav neergeslagen hebt, de tanien doorboord hebt?'

Daarna gaat het over de doortocht door de Schelfzee. Het ligt voor de hand hier daarom aan Egypte te denken en niet aan een andere geschiedenis. Opvallend is wel dat hier nu een derde naam voord e draak naar voren komt.

In Job 26: 13 staat: 'God verpletterde Rahav, Zijn hand doorboorde de snelle slang.'

Deze tekst moet hier volgen hoewel de naam tanien er niet in voor komt. hij is namelijk bijna gelijk aan Jesaja 51: 9. Jesaja moet wel verwijzen naar Job, maar Job wist niets van een doortocht naar de Schelfzee. Kennelijk gaat het in Jesaja om een opsomming en is er geen ander verband tussen vers 9 en 10. Dat verdient een dieper duiken in wat die Rahav was. Nu eerst verder met de tanien.

In Jeremia 14: 6 en Klaagliederen 4: 3 komt de tanien weer voor, maar dit keer gaat het waarschijnlijk om een verschrijving van taniníem, wat jakhals betekent. Er wordt gesproken van het zogen van de tanien, wat meer past bij de tanien.

In Jeremia 51: 34 staat: 'Nebukadnesar heeft mij ingeslokt als een tanien.'

Dit is interessant. Inslokken is niet zomaar verscheuren en opslokken, maar echt in één keer inslokken. Het woord wordt ook gebruikt bij de vis die Jona heelhuids opslokte en Aaron's slang die hetzelfde deed met die van de tovenaars. Een gewone slang slokt zijn prooi ook op, maar is niet in staat een 'inwoonster van Sion' (Jr 51: 35) op te slokken. Het gaat hier dus niet over zo maar een slang, maar over een beest met een bek zo groot dat hij een heel mens door kon laten. Bovendien wordt de tanien beschreven als ene op dat moment levend dier, of waarvan de herinnering nog levendig is!

Tot slot komt de tanien nog voor in Ezechiel 29: 3 en 32: 2, waar de farao er mee wordt vergeleken. Interessant zijn de beschrijvingen. De tanien was bijvoorbeeld een geschubd dier en kwam in de Nijl voor - niet voor niets is er regelmatig de band met Egypte. Weer wordt gesproken van een neerwerpen in de woestijn, net als de Leviathan van Psalm 74: 12. In Ezechiel 32 wordt gezegd dat de tanien het water deed borrelen. Zijn poten brachten het water tot kolken en maakten het troebel. Op het open veld is het beest kwetsbaar.

Samenvattend was de tanien een waterdier dat zo groot en anders dan de andere was, dat het apart genoemd wordt in het scheppingsverhaal - een zeemonster. Bij tijden kwam het uit het water zodat er wachten tegen uitgezet werden, want hij was in staat een compleet mens in te slokken - wat een beeld geeft van de enorme grootte van het dier. Je zou tot de conclusie kunnen komen dat de tanien een grote krokodil moet zijn geweest. De Leviathan die een aantal keer samen met de tanien genoemd wordt, wordt ook als krokodil vertaald in Job 40: 25. Er is een reuzachtige oerkrokodil van wel 16 meter lengte, met een kaak van 4 meter lang: de kronosaurus. Het is goed mogelijk dat tanien in Genesis een algemeen woord is voor de verschillende zeemonsters die ons alleen maar bekend zijn als skelet. Toch is de beschrijving van de tanien te precies om aan een krokodil te denken. Het dier wordt te vaak in verband gebracht met een slang. Het heeft schubben en poten, zodat een walvisachtige ook afvalt. Er is eigenlijk maar één reusachtige zeeslang bekend die past bij de beschrijvingen: de 10 meter lange mosasaurus.

Mosasaurus
De mosasaurus kon een mens in zijn geheel inslikken. Het opslokken als praktijk wordt zelfs door Jeremia beschreven, zodat alleen maar geconcludeerd kan worden dat het enorme zeemonster rond 600 voor Christus en wie weet hoe lang daarna nog bestond.

Maar waarom noemt de Bijbel juist de mosasaurus, als de veel grotere kronosaurus ook heeft bestaan? Misschien omdat de kronosaurus al was uitgestorven. Misschien omdat hij alleen in de diepzee leefde en zich niet aan mensen liet zien. De mosasaurus wordt als grootste zeemonster beschreven omdat er ongeveer 3000 jaar geleden geen grotere bekend waren.

3 RAHAV

In Jesaja 51: 9 kwam de naam Rahav voor samen met de tanien, terwijl in Job 26: 13 dezelfde tekst al stond, nu niet met het woord tanien maar het woord slang. In Jesaja leek het nog te gaan over de verwoesting van Egypte in de tijd van de tocht door de Schelfzee. Alleen was Job er al vóór die tijd, zodat dat onmogelijk werd. Wanneer in de 'voortijd' (Js. 51: 9) verpletterde God Rahav? Er is maar één plaats in de Bijbel: de afstraffing van de slang die zijn poten ontnomen werden en voortaan op zijn buik verder moest (Gn 3: 14). Zijn er nog meer teksten die dit ondersteunen?

In Job 9: 13 zegt Job: 'De helpers van Rahav kromden zich onder God'

Dit moeten groten geweest zijn, want Job zegt: "Als zij al moeten buigen, wie ben ik dan om bij God te klagen?" Het was de satan die de slang had gebruikt om de mens mee te krijgen in zijn opstand tegen God. Het is bekend dat de satan met zijn helpers daarna uit Gods nabijheid is gezet en medebewoner van de mens op de aarde werd (El 28: 13, Lk 10: 18, Op 12: 9).

Rahav was dus wel degelijk een tanien, maar meer bepaald de tanien die Adam en Eva verleidde. Dat zit ook in de naam zelf: Rahav betekent 'bestormen, opwinden'.

In Jesaja 30: 7 wordt de naam gebruikt voor Egypte. In Psalm 89: 11 wordt God geprezen als degene die Rahav verbrijzeld en Zijn vijanden verstrooid heeft. De tekst volgt op Gods heersen over de overmoed van de zee.

De vraag is nu: zijn Adam en Eva verleid door een gewone grote slang als die van Aaron, of door een watermonster? Dat er staat dat de slang de listigste van de dieren van het veld was zegt niet veel: het zeemonster kwam ook aan land en bovendien heeft 'veld' zo'n brede betekenis dat het ook 'natuur' kan betekenen. Als Egypte vergeleken wordt met de tanien stelt dat niet veel voor als het over een gewone slang gaat. Ook in Job 26: 13 komt Rahav voor in combinatie met de zee. Voor Jesaja is de tanien een zeedier en Rahav een tanien. Dan ligt het voor de hand dat de slang die Adam en Eva verleidde een mosasaurus was. Van de poten van de mosasaurus is weinig overgebleven: hij kon er niet meer op lopen.

4 Leviathan

Regelmatig werd samen met de tanien de Leviathan genoemd, mogelijk als ene ander dier. In Jesaja 27: 1 wordt de Leviathan geschetst - net als de tanien - als een snelle, kronkelende slang. Wie weet is hij dan ook - net als de tanien - een zeemonster. In Psalm 74: 12 lijken beide dieren ook dezelfde te zijn.

In Job 3: 8 staat: 'Dat de dagvervloekers de nacht verwensen, zij die de kunst verstaan de Leviathan op te hitsen.'

De Leviathan werd dus 's nachts opgehitst door wat misschien Leviathanjagers waren. Maar wat belangrijker is: de Leviathan was er nog in Jobs tijd, zo'n 2000 voor Christus.

In Psalm 104: 26 wordt na het noemen van de kleine en de grote dieren van de zee specifiek de Leviathan genoemd, waarvan gezegd wordt dat God hem maakte om mee te dansen/spelen/lachen. Misschien wordt daar het kronkelen van de grote slang mee bedoeld, maar zo lachwekkend is zijn verschijning niet.

Een eind aan alle onzekerheid maakt Job 40: 20-41: 25. Een bladzijde lang wordt de Leviathan vertaald als 'krokodil' beschreven. Hij is niet met een haak te trekken, zijn kaak niet met een haak te doorboren, zijn kop en huid niet met een speer te doorboren, niemand durft hem te tergen (hoewel Jb 3: 8 iets anders laat zien), hij heeft geweldige kracht, een kunstige lichaamsbouw, een zware zoom langszij als een kleed dat niemand durft te tillen, een dubbel pantser, een muil als deuren, verschrikking rond zijn tanden, schilden op zijn rug die nauw aaneensluiten als een zegel zodat de wind er niet door kan, ogen als de opgang van de zon, fakkels en vuurvonken uit zijn muil, een damp uit zijn neus, een ontzettend krachtige nek, vleeskwabben onbeweeglijk en vast aaneen om hem heen gegoten, zwaard, lans, werphout, pijl of ijzer deren hem niet, scherpe punten zitten aan zijn onderkant die als een dorslee sporen in de modder maken, hij doet de waterdiepte bruisen als kokend water, laat een lichtend spoor achter in het water, is zonder vrees, geen dier is als hij, hoog en kijkt op alles neer, kortom: hij is de koning over alle trotse dieren.

Dit dier is in geen geval een slang, zoals de andere teksten lijken te zeggen. God wijst Job op een dier dat er in zijn tijd - ongeveer 2000 voor Christus - nog was. In Jesaja en de Psalmen is Leviathan verworden tot synoniem voor tanien, voor slangachtig zeemonster, wat alleen maar kan betekenen dat het dier er ondanks zijn kracht 1000 jaar later niet meer was. Ook de vertaling met de krokodil doet dit dier geen recht. Scherpe punten aan zijn onderkant? Een immense zoom langszij? Schilden op zijn rug (die rechtop staan omdat de rug verder met vleeskwabben omgoten is en omdat voor platliggende schilden de melding dat er geen wind door kan zinloos is)? Onaantastbaar voor wapens met zijn dubbele pantser? Dit een krokodil noemen is spotten met Gods omschrijving. Wie een beetje weet van dino's weet meteen over welk dier het hier gaat: de stegosaurus1.
Het zal best moeilijk zijn voor sommige wetenschappers om niet meteen te verwerpen dat mens en dinosaurus elkaar ontmoet hebben. Toch loont het de moeite, want de beschrijving laat een paar interessante aanvullingen zien op de hedendaagse reconstructie. Bijvoorbeeld de kenmerkende schilden op zijn rug: die staan niet twee aan twee maar om en om, en niet uit elkaar maar nauw aaneen gesloten. De kenmerkende punten aan de staart steken niet naar boven om andere dieren mee te verwonden, maar naar beneden. De stegosaurus was een groeneter en ging op zijn achterpoten staan om met zijn bek blaadjes uit de boom te snoepen (misschien verwijst Ps 104: 26 hiernaar: het dansen van de Leviathan). Wie weet hielpen de staartstekels als ankers in de grond om zijn logge lijf stabiliteit te geven - dat is tenslotte het eerste doel van de staart. Ook de buik: die was niet rond, maar er hing één kwab gepantserde huid vanaf de rug als een kleed naar beneden als hij op vier poten stond. Zijn relatief kleine kop moet behoorlijk aangekleed zijn met vlees, met aanhangsels langs zijn bek die deze 'verschrikkelijk' maakten. De stegosaurus, 8 meter lang en 6 meter hoog als hij rechtop stond, wordt koning van de trotse dieren genoemd. Dat kan alleen betekenen dat grote vleeseters als de tyrannosaurus rex uitgestorven waren, anders waren die eerder voor deze titel gegaan (rex!).

5 VLIEGENDE DRAAK

In Jesaja 14: 29 staat: 'Uit de wortel van de slang zal een adder voortkomen en haar vrucht zal een vliegende draak zijn.'

De soorten slang gaan van kwaad tot erger en de vliegende soráf (letterlijk brandslang) is de ergste. Het was deze slang met een brandend gif die God op Zijn volk afstuurde (Nm 21: 6). Was dit een slang met vleugels? In Jesaja 30: 6 worden adder en vliegende soráf weer samen genoemd als bewoners van de negevwoestijn. Kennelijk had deze slang de slechte reputatie snel aan te vallen. Het is niet verwonderlijk dat ene zo vurige slang 'vliegend vuur' genoemd wordt, maar meer dan beeldspraak is het niet. Een vers verder wordt Egypte nog 'stilzittende Rahav' genoemd: de verleidende tanien die Israël niet meer kan helpen.

6 BEHEMOTH

Even voor de beschrijving van de Leviathan komt in Job de beschrijving van het Nijlpaard voor, in Job 40: 10-19. Een dier dat gras eet als een rund, geweldige buikspieren heeft, een staart als een cederboom (een naaldboom), gestrengelde dijspieren, botten als ijzerstaven, dat de eerste van Gods werken wordt genoemd, waar aan God het zwaard gaf, bewoner van land, moeras en water. En ondanks dat alles toch een nijlpaard? Dat is de vertaling geworden omdat verondersteld werd dat de schrijver met behemoth het er op lijkende Egyptische woord voor nijlpaard gebruikte. De inhoud van de tekst en het feit dat de Hebreeuwse meervoudvorm gebruikt wordt is hierbij niet meegerekend.

Behemoth is het meervoud van behemá, wat het collectief 'vee' aanduidt, maar ook 'wild'. Het is dus een algemeen woord voor dieren. Dat hier de meervoudvorm gebruikt wordt voor één dier onderstreept alleen maar de indrukwekkendheid van het dier (zoals ook God de meervoudvorm 'elohim' - 'goden' krijgt).

Het hier omschreven dier kan niet anders dan een dinosaurus geweest zijn. Alleen is de beschrijving niet zo uitgebreid als bij de Leviathan. Om welk dier gaat het? Het is een graseter en hij is enorm gespierd. Maar dat geldt voor zoveel dino's. Zijn knoken zijn enorm, wat betekent dat hij tot de grotere soorten hoorde. Ook zijn staart is gigantisch: hij zwiert hem als een cederboom, een 30 meter hoge naaldboom. Voor de mens waren de dinostaarten toch al enorm, maar als je echt over boomlange staarten praat, dan heb je het toch wel over sauropoden. Deze dieren die wel 35 meter lang konden worden - met een lange nek die niet onderdeed voor hun staart - kunnen ook met recht de eersten van Gods schepping genoemd worden. Het gaat bovendien om een vredelievend dier, waar andere dieren in het veld gewoon omheen speelden. Water deed hem niets en hij zocht de waterkanten - moeras en rietkragen - op om zich te verschuilen. Wilgen en 8 meter hoge lotusbomen zocht hij op om er onder in de schaduw te liggen. Alleen de vermelding 'God gaf Zijn zwaard aan dit schepsel', wat moet je daarbij denken? Een hoorn? Of is het figuurlijk, omdat het samen genoemd wordt met het eerste zijn van Gods schepping? Dan is het wel weer van toepassing op de sauropode. Maar ook als het letterlijk om ene zwaard gaat: wat is er nou toepasselijker als beeld voor de vervaarlijk naar links en rechts zoevende nek en staart dan een reuzachtig zwaard? De behemoth was dus hoogstwaarschijnlijk een sauropode.


7 SAMENVATTING

De Bijbel laat zien dat er na de zondvloed tenminste drie grote dino's een tijd lang in staat bleken het menselijke vooroordeel tegen hun soort te overleven: de mosasaurus, de stegosaurus en een sauropode dateert van rond 2000 voor Christus. Het laatste bericht van de levende aanwezigheid van de stegosaurus en de sauropode dateert van rond 2000 voor Christus. De mosasaurus had het water als schuilplaats en wordt rond 700 voor Christus nog als levend dier beschreven. Misschien zit er een kern van waarheid in de beschrijvingen van legendarische zeemonsters tot diep in de middeleeuwen, tot aan zeemonsters als dat van Loch Ness toe. In ieder geval laat de Bijbel zien dat dino's niet 65 miljoen jaar geleden uitstierven. Ook de ramptheorieën over het plotselinge verdwijnen van de dino's die de bijbelse zondvloed moeten vervangen doen daar niets van af.

Het wordt hoog tijd dat we stoppen vanuit onze laboratoria te bepalen wat 'miljoenen' jaren geleden gebeurde, terwijl we de observaties van 4000 jaar geleden links laten liggen. Misschien dat we juist daarom over miljoenen jaren spreken, om 4000 jaar een oogwenk te laten lijken? Een perfecte mantel om te verdoezelen dat de mens van 4000 jaar geleden misschien wel heel wat meer van het leven in de voortijd wist dan de moderne!

De tiranhagedis (tyrannosaurus) met zijn enorme dolktanden in zijn 1,5 meter lange kop was de grootste van de vleeseters, de meest verschrikkelijke om te zien. Hij was 13 meter lang van kop tot staart, met ene hoogte van 6 meter. Wel even wat indrukwekkender dan de menshoge maar veel snellere en wie weet ook effectievere velociraptor. Het zijn jagers als deze die de hele soort een slechte naam hebebn gegeven (dinosaurus betekent verwoestende hagedis). Als er nog dino's waren rond 2000 voor Christus dan betekent dat dat ze er voor de vloed - een paar honderd jaar eerder - helemáál waren. Ook van elk van de dino's zal een koppel Noachs ark ingegaan zijn - of ze nou jong of volwassen waren. Na de zondvloed lagen alle monsters die de boot misten dood op de zeebodem, onder een laag modder. Aan deze snelle bewaarmethode danken we dat er zo veel skeletten zijn overgebleven van deze dieren. Het is best mogelijk dat de jagende dino's om hun dreiging vóór de vloed al uitgeroeid waren: het monster in de mens is niet te onderschatten. In ieder geval zal het na de vloed met de jagende dino's snel gedaan zijn geweest, er ging tenslotte maar één koppel per dier mee in de ark. maar de groenetende dino's verging het net zo: de slechte naam die de draken hadden verdween niet zo maar na de vloed. het snelle verdwijnen van de dinorovers was misschien tijdelijk gunstig voor de planteneters: geen natuurlijke vijanden meer. Maar in ene wereld waarin de mens het monster wil zijn is geen plaats voor andere monsters. Zo moesten ook de planteneters het uiteindelijk ook ontgelden, ondanks hun indrukwekkende verschijning waarvan Job 40 en 41 getuigen.

Wie weet een waarschuwing om zuiniger om te gaan met wat we nog hebben? Gelukkig is God voorzichtiger dan wij: op Zijn nieuwe aarde zullen de eerste van Zijn schepping en de koning van de trotse dieren niet ontbreken. Daar zal geen dood meer zijn. Dus ook geen jacht. En zeker geen uitsterven!


1
Het is allesbehalve logisch dat het hier om een stegosaurus zou gaan. Wetenschappers zijn er allesbehalve zeker van hoe de stegosaurus er uit heeft gezien. De beschrijving past veel beter bij de kronosaurus.

 


Website by Mathijs