'Is God wel zo rechtvaardig… ?'
Zondag 27 oktober 2002 was er 's ochtends op de IKON-TV een programma dat 'Het verhaal van de meester die op vakantie ging en zijn dienaren bij zich riep en hen zijn bezit toevertrouwde' als 'onderwerp' had. In dat programma werd een politiechef gevraagd naar zijn persoonlijke mening over dit bijbelverhaal wat door Jezus in Mattheus 25 wordt verteld.

En op de vraag van de intervieuwer 'of hij zich kon vinden in deze parabel' gaf de politieman als antwoord:
'ik vraag me af of God wel zo rechtvaardig is door het oordeel en de hardheid van dit oordeel (voor de laatste knecht die niets deed met de talenten die hem door de meester waren gegeven). 'Hij wist ook niet echt zeker of dit wel zijn God was'. 'Deze parabel bracht hem wel aan het twijfelen…'.

Naar aanleiding van deze 'conclusie' heb ik dit stuk geschreven.


Het verhaal van Jezus
En Jezus besloot: ‘Wees dus waakzaam, want je weet dag noch uur.’ Het is als met iemand die op reis ging:

Hij riep zijn dienaars bij zich en vertrouwde hun zijn eigendommen toe. Aan de ene gaf hij vijfduizend talenten, aan een andere tweeduizend en aan een derde duizend; ieder kreeg wat hij aankon. Toen vertrok hij. Onmiddellijk ging de dienaar die vijfduizend talenten had gekregen, er zaken mee doen en hij verdiende er vijfduizend bij. Zo deed ook de tweede en hij verdiende er tweeduizend bij. Maar de dienaar die duizend goudstukken had gekregen, ging een gat graven en verstopte het geld van zijn heer daarin.

Een hele tijd later keerde de heer van die dienaars terug en hij riep hen ter verantwoording. De dienaar die vijfduizend goudstukken had gekregen, kwam naar hem toe en overhandigde hem er nog vijfduizend: Heer, u hebt mij er vijfduizend gegeven, kijk, ik heb er nog vijfduizend bijverdiend. Uitstekend, zei zijn heer. Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij.

Toen kwam de dienaar die er tweeduizend had gekregen: Heer, u hebt mij er tweeduizend gegeven, kijk, ik heb er tweeduizend bijverdiend. Uitstekend, zei zijn heer. Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij.

Toen kwam ook de man die er duizend had gekregen: Heer, ik weet dat u streng bent; u maait waar u niet gezaaid hebt, en u oogst waar u niet hebt uitgezet. Ik was bang en ben daarom uw geld in de grond gaan verstoppen. Hier hebt u het weer terug. Jij slechte, luie dienaar! antwoordde zijn heer hem. Je wist dus dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en oogst waar ik niet heb uitgezet. Waarom heb je mijn geld dan niet op de bank gezet? Dan had ik het bij mijn thuiskomst met rente kunnen opvragen. Neem hem die duizend goudstukken af en geef ze aan hem die er al tienduizend heeft!

Want iedereen die iets heeft, krijgt nog meer en heeft overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft, nog worden afgenomen. En gooi die nutteloze dienaar eruit, de duisternis in! Daar zal hij huilen en knarsetanden!’

Waar spreekt Jezus nu eigenlijk over ?
Ten eerste moet het wel duidelijk worden, dat dit verhaal een rechtstreeks vervolg is op het verhaal van de bruidsmeisjes die wachten op de komst van de bruidegom (Jezus) met hun olielampjes.

Een gedeelte van de meisjes heeft geen reserve-olie meegenomen voor de brandende lamp en een gedeelte van de meisjes heeft wel een reserve aan olie meegenomen. Ik vertaal 'de olie in de lamp' met De Heilige Geest van God'. En 'het meenemen van de olie-reserve' als de te ondernemen aktie van een Christen om 'de lamp brandend te houden'.

Ik zie dit verhaal van de bruidsmeisjes als een boodschap van Jezus dat je bij het wachten op Zijn Wederkomst de Heilige Geest nodig hebt. En om De Heilige Geest in jou brandend te houden (De Geestesgaven in jou), zal je ermee aan de slag moeten gaan (de te ondernemen aktie om de lamp brandend te houden; dwz: dat doen om de Heilige Geest in jou te doen blijven branden). Dus: evangelisatie, dopen, genezen, boze geesten uitdrijven, onderwijs geven etc.

In het verlengde van dit verhaal vertelt Jezus dus ook het verhaal van de Heer die op reis gaat en zijn bezit aan zijn dienaren achterlaat. Zijn bezit wordt hier niet voor niets 'talenten' genoemd. Geestesgaven zijn hier Zijn Bezit. En terecht zijn Geestesgaven bezit van God, maar aan mensen gegeven om er wat mee te doen !

Jezus geeft dus duidelijk aan, dat je met je Geestesgaven aan de slag moet gaan. Dat je met je gegeven 'talenten' moet woekeren. En dat 'dat bezig zijn met' De Heilige Geest in je doet blijven branden'. Maar Jezus geeft ook aan, dat je, als je bang bent voor de Heilige Geest of De Heer' en de jou gegeven talenten niet gebruikt, dat je geen deel kan hebben aan Zijn Feest en dat de Wederkomst van de Heer voor jou dus ook niet plezierig zal zijn…

De politiechef vond God daarom niet barmhartig en wellicht niet zo rechtvaardig…
'Ik vind dit nogal hard naar de laatste dienaar toe' sprak de politiechef. Meteen vroeg ik me af of God dan wel zo rechtvaardig is… Beter nog: of Hij wel helemaal 'mijn God' is… 'Natuurlijk weten we niet hoeveel kansen er al voor die laatste knecht zijn geweest en of er iets aan vooraf is gegaan, maar ik vind het niet zo rechtvaardig…misschien had het verhaal nog wat langer gemoeten'…aldus de politieman.

Ik heb natuurlijk nagedacht over deze conclusie en meteen wist ik onder woorden te brengen, dat de man over het hoofd zag, dat God iedereen de vrije keus geeft in ieders leven. En met die ingeving begreep ik welke denkfout de man maakte !


Gods rechtvaardigheid: vrije keuze door Zijn Geest...
De Heer uit dit verhaal gaf aan alle knechten talenten en kennelijk 'naar draagkracht', want anders had hij iedere knecht evenveel gegeven. En De Heer liet het aan hen over wat zij met de talenten zouden gaan doen. Vrije keuze voor ieder van de knechten !

Gedurende de tijd van afwezigheid van De Heer konden de knechten doen wat ze wilden en deden dat ook. Elk moment was hun moment. Maar ze wisten: eens komt Hij terug…

De politiechef meende dus onterecht dat er misschien te weinig kansen waren of dat er meer tijd zou moeten zijn of dat er meer in het verhaal verteld moest worden… De kans, hier ook de rechtvaardigheid van God, zijn de talenten (De Heilige Geest / Geestesgaven) die de Heer ons geeft. En vanaf het moment van geven aan ons, naar draagkracht (=zeer rechtvaardig !), is het aan ons om er iets mee te doen. Elk moment, ieder uur, iedere dag, ieder jaar: ons hele leven ! En dat bepalen wij zelf; niet God.

Onjuiste conclusies van Politiechef...
De conclusie van de politiechef zijn dus onjuist. Hij velde namelijk een oordeel over God op basis van zaken waarover God geen enkele zeggenschap wil hebben, omdat dat onze vrije keuze betreft. En hij ging twijfelen aan God, terwijl degene die niet met de Geestesgaven aan de slag ging juist bang was voor God en niets voor hem en anderen wou doen…

  • De chef meende dat 'er misschien niet genoeg kansen waren gegeven'. Maar de dienaar had alle tijd en mogelijkheid (totdat de Heer weer terugkwam).
  • De chef meende dat 'het verhaal wellicht te kort was'. Maar het verhaal is zeer volledig en zeer duidelijk. De Heer geeft, De Heer gaat van ons, De Heer komt eens weer terug. Wat hebben wij ermee gedaan en wat zal ons loon dan zijn. Heel duidelijk dus.

    Waarom ik dus nu dit stuk heb geschreven: ik wil aan iedereen die de rechtvaardigheid van God of Jezus afmeet naar 'het krijgen van voldoende gelegenheid, kansen, tijd etc.' erop wijzen, dat daar beslist niet de rechtvaardigheid van God aan afgemeten kan en mag worden ! Dat zijn onze eigen keuzes en acties en daar zijn we zelf verantwoordelijk voor.

    Gods rechtvaardigheid bestaat echter uit het feit (!) dat Hij ons leven geeft, dat Hij ons Jezus geeft, zodat we Zijn Genade kunnen krijgen, dat Hij Zijn Heilige Geest heeft gezonden om ons te helpen om met de ons gegeven gaven kunnen werken tot Zijn Eer. En als wij onze talenten voor Hem inzetten zullen wij ook nog eens het eeuwig leven krijgen.

    DAT IS DE RECHTVAARDIGHEID VAN GOD DIE HIJ ONS SCHENKT DOOR ZIJN ZOON JEZUS EN DOOR ZIJN GEEST!


    Door: Hein Kuipers dd. 27/10/2002; herschreven 5 mei 2005
    Terug naar menu-'persoonlijk'
    Terug naar Studeerkamer
    HOME